Ontspoord

Dit is wat theaterkrant.nl over Ontspoord schreef:

★★★★☆ MUZIEKTHEATER

21 SEPTEMBER 2013 – THEATER BELLEVUE, AMSTERDAM – SPEELLIJST
RAUW, RAFELIG, PRACHTIG
Door gepubliceerd 22 september 2013

Het komt niet vaak voor dat een publiciteitstekst de spijker op zijn kop slaat. Maar Ontspoord van De Toneelmakerij is inderdaad ‘rauw, rafelig muziektheater met de adem van een popconcert’.

Rauw is het stuk van de Amerikaanse Naomi Wallace, bondig vertaald door Paulien Geerlings en Timen Jan Veenstra. De achttienjarige Pace Creagan sleept de zestienjarige Dalton Chance mee in haar buitengewone kijk op hun uitzichtloze leven. Het zijn de jaren dertig in Amerika, ze wonen in een kleine stad, de fabrieken sluiten en de inwoners zitten werkloos thuis. Dalton leeft in de illusie dat hij een toekomst heeft en naar de universiteit kan gaan. Pace weet wel beter: hier komt niemand weg. Ze daagt Dalton uit tot een wedloop tegen de trein. Elke dag raast 153 ton staal over de spoorbrug, hoog boven de drooggevallen beek. Als je goed timet en hard rent, kun je de trein tegemoet rennen en vlak voordat hij bij de brug is de overkant hebben gehaald. Maar je mag niet aarzelen, zoals Brett Wever enkele jaren eerder deed – dan ‘verplettert de trein je niet in mooie kleine stukjes’.

Rauw is ook het decor van Guus van Geffen. De stalen constructie functioneert als de spoorbrug, als de gevangenis waarin Dalton terecht komt nadat hij is beschuldigd van de moord op Pace (die aarzelde tijdens haar wedloop en van de dertig meter hoge brug sprong) en als het huis van Daltons ouders. Achter de brug staan banken en een koelkast, ervoor is slechts een smalle strook speelvoer, aan weerszijden ingeklemd tussen microfoons en geluidsapparatuur. De sfeer is naargeestig en verschrikkelijk beklemmend. Alleen als de acteurs hoog op de brug staan en boven alles uit komen, lijkt af en toe enige hoop op ontsnapping en liefde mogelijk. Maar juist daar dreigt het onafwendbare lot. De zwart-witte videobeelden, waarvan je door de stalen constructie heen een terloopse glimp opvangt, tonen treinen, kale vloeren en staalvonken. Ze benadrukken de kleinheid van de wereld waarin deze mensen proberen te overleven.

Rafelig is de constructie van dit treffende well-made play. Er wordt geswitcht in de tijd, scène-overgangen zijn abrupt en de aandoenlijke onbeholpenheid van de personages is even geestig als pijnlijk. Rafelig is het spel van de vijf acteurs, in scènes waarin alle emoties, uitgeschreeuwd of onderdrukt, precies kloppen. Meral Polat poetst haar sensuele vrouwelijkheid weg voor de ruige, naar erkenning snakkende Pace. Vastberaden bepaalt ze de voorwaarden voor de liefde en het ingehouden verlangen van Dalton. Wouter Zweers op zijn beurt speelt Daltons seksuele verwarring en naïeve hoop met even veel overgave als vertedering. Tjebbo Gerritsma is als gevangenisbewaarder, de vader van de gestorven Brett, één brok samengebald onvermogen. Met zijn imitaties van andere gevangenen probeert hij krampachtig de liefde en veiligheid die hij zijn zoon niet kon geven, te vereffenen bij Dalton. Frédérique Spigt en Bob Fosko spelen de ouders van Dalton. Ze zijn van een andere generatie dan de eerste drie, en dat – in combinatie met hun doorleefde koppen – maakt ze geknipt voor de zoektocht die ze spelen naar vergane levenslust, liefde en hoop.

Rafelig is ook de taal van Wallace. Dan weer poëtisch – als Pace tegen Dalton verzucht: ‘jij neemt niets van mij dat ik je niet wil geven’ – dan weer grof, als Dalton zijn onduidelijke gevoelens voor Pace tegen haar uitspreekt: ‘Je bent luidruchtig en niet mooi.’ En binnen die schurende taal en sfeer biedt de muziek troost en bezinning. Fosko, Polat en Spigt soleren in inhoudelijk goedgekozen nummers van onder andere Lucinda Williams, Tom Petty en Alison Krauss. Maar de acteurs zingen allemaal, begeleid door de snaarinstrumenten van de band van Spigt. Microfoons in de hand, blik op de achterste rij, voeten op de grond – de acteurs zingen zoals ze spelen: ingehouden, ruig, zweterig, met van pijn vertrokken harten. Ze ademen dan weer desolate vertwijfeling, dan weer hardnekkige moed. Prachtig.

Foto: Sanne Peper

Er is een Morgen

Dit is wat theaterkrant.nl schreef over de voorstelling Er is een Morgen, die Timen Jan schreef voor Fringe festival 2012.

★★★☆☆ TONEEL

4 SEPTEMBER 2012 – CASTRUM PEREGRINI, AMSTERDAM – SPEELLIJST
ER IS EEN MORGEN ROEPT VRAGEN OP
Door gepubliceerd 5 september 2012

Ze zijn alleen over. Twee verwarde jongens in een witte ruimte, staand op een berg van zwarte plastic snippers. Ze lijken zich af te vragen hoe ze daar zijn terechtgekomen. De woorden zijn verdwenen, hun herinneringen onscherp. Het is een mooi openingsbeeld van de voorstelling Er is een morgen, te zien op het Fringe Festival in Amsterdam.

De twee mannen in Er is een morgen zijn de enige overlevenden van een niet nader genoemde ramp. Ze hebben geluk gehad. Of in elk geval geen ongeluk, menen ze, want ze hebben ‘dit hier en een jou’. Ze hebben echter geen idee wie ze zelf zijn en ze kunnen nergens de juiste bewoording voor vinden. Ze herinneren zich flarden uit het verleden, zoals een romantisch moment in het raamkozijn met ‘een zij’ of het afschuwelijke uitmoorden van familieleden. Wat ze daarbij voelden was belangrijk, weten ze nog, maar ze hebben geen idee waarom.

Regisseur en auteur Timen Jan Veenstra (1984) schreef met Er is een morgen een mooie en originele tekst, waarin hij op een eigenzinnige manier de huidige tijdgeest aan de kaak stelt. Voor dit stuk vroeg hij zich af wat er echt belangrijk is, als alles wat je dacht te kennen wegvalt. Denk je dan aan zaken die in onze maatschappij zo belangrijk worden gevonden, zoals geld en spullen, of herinner je je dingen als liefde, familie en een thuis?

Als een moderne Vladimir en Estragon wachten de twee. Op een volgende dag, op hoop, op rust. Veenstra werd geïnspireerd door Beckett, maar wilde een positievere kijk op de wereld geven. Waar de situatie in Wachten op Godot steeds uitzichtlozer wordt, weten de personages in Er is een morgende juiste woorden steeds beter te vinden en eindigt het stuk met hoop. ‘Laten we wachten of hij komt. Of niet. Het was een mooie dag.’ Tevreden loopt een van de jongens naar het lichtknopje en doet het licht uit.

Veenstra, die dit seizoen onder andere de jeugdtheatertekst Reis voor Het Lab Utrecht schreef en Much ado about nothing voor De Utrechtse Spelen vertaalde, schreef met Er is een morgen een goede tekst. Hij castte twee aardige acteurs die elkaar goed aanvullen en creëerde een mooi toneelbeeld. Maar toch weet de voorstelling niet iets wezenlijks te raken. Er is een morgen roept vele vragen op en stemt tot nadenken, maar mist een vertaalslag waardoor de gecreëerde verwarring betekenis krijgt. Het einde komt te abrupt en de voorstelling voelt als onaf. De voorstelling is gedestilleerd uit een twee keer zo lange tekst die Veenstra schreef voor Productiehuis Brabant, die door het intrekken van de subsidie per 2013 niet kon worden gespeeld. Dat is jammer, want Veenstra’s tekst heeft zeker potentie.